Fort aan de Rijn

Rond het begin van onze jaartelling trokken Romeinse troepen het gebied binnen dat nu het zuidelijk deel van Nederland vormt. In het kader van campagnes tegen Germaanse stammen in Duitsland werd de benedenloop van de Rijn waarvan de hoofdstroom toen bij Katwijk in zee uitmondde, als uitvals-en aanvoerlinie uitgekozen. Die veldtochten liepen uiteindelijk op niets uit, maar de Rijn bleef voor lange tijd de grens tussen het door de Romeinen beheerste gebied en het ‘vrije’ Germanië.

In het jaar 40 verbleef keizer Caligula in deze afgelegen streek, waar hij expedities tegen Germanië en Engeland voorbereidde. Kort daarna, in 41, bouwde het leger een fort op de smalle, drassige oever van de (oude)Rijn. Enkele honderden soldaten bewaakten van daaruit de omgeving. Had de aanleg van deze versterking iets te maken met Caligula’s plannen? Het is niet met zekerheid te zeggen; de Romeinse geschiedenisschrijvers maken er nergens melding van. Wel kennen we de naam van het fort: Albaniana of Albanianae, een Latijnse versie van een inheemse baan die zoiets als ‘aan het water’ betekende. Op een middeleeuwse kopie van een Romeinse routekaart wordt deze naam vermeld, langs (oude)Rijn, niet ver van deze plek waar die uitkwam in zee. Algemeen werd aangenomen dat de latere plaatsnaam in Alphen aan den Rijn bevestigden de Romeinse voorgeschiedenis van de stad. Maar overtuigend bewijs voor het bestaan van een fort was daarmee nog niet geleverd.

Op natte bodem
Om voor ons onbegrijpelijke redenen hebben de Romeinse militairen het nieuwe fort niet aangelegd op de hoge, droge overwal van de Rijn, maar in de natte oeverzone direct aan het water. Kennelijk hechten ze veel waarde aan de nabijheid van de rivier, maar ze betaalde er een hoge prijs voor. Gedurende zijn hele bestaan bleef het nat in en om het fort, en minstens tweemaal werden er wallen ondermijnd door het Rijnwater. Het leven in Albaniania zal daarom geen onverdeeld genoegen zijn geweest. Voor de latere archeologen werden deze omstandigheden echter een zegen. Veel afval van het fort kwam terecht in de rivierbedding en is daar uitstekend geconserveerd. Het hoge pijl van het zuurstofarme grondwater zorgde er voor, dat delen van de houten fundering al die eeuwen goed bewaard zijn gebleven. De vondsten – niet allen het vele aardewerk maar ook de duizenden munten en ander metalen voorwerpen, botten en bouwhout – bevatten een schat aan informatie. Eerder werd al beschreven, hoe het onderzoek van het in Alphen aan den Rijn gevonden constructiehout de datering van het fort bepaalde. Maar ook is het uit oud onderzoek duidelijk geworden, dat de Romeinse bouwwerkzaamheden het natuurlijk milieu in de omgeving danig hebben verstoord. De vondsten zijn het alleszins waard tentoongesteld te worden. Veel metalen voorwerpen zijn door de bijzondere omstandigheden ‘als nieuw’ uit de bodem gekomen; aardewerk is in alle kleuren, vormen en maten gebruikt. Van al deze bijzondere vondsten is maar een klein gedeelte te zien geweest. Mede door dat Alphen aan den Rijn niet over een eigen museale voorziening beschikt, bleven de meeste vondsten ingepakt in het provinciaal depot voor bodemvondsten. ARCHEON, het archeologische themapark in Alphen aan den Rijn, gaat dat nu veranderen.

Schakel in de Limes
Dwars door Alphen aan den Rijn stroomt de Oude Rijn, en haaks daarop loopt langs het nieuwe Stadshart, de Castellumstraat. In 1999 bleek bij de nieuwbouw van het Stadshart het lang vermoede castellum inderdaad op die plek te liggen. Archeologen van de Radboud Universiteit Nijmegen groeven in drie jaar tijd de resten van Albaniana voor een groot deel op. In de natte kleilagen langs de Oude Rijn waren die uitsekend bewaard gebleven, en ze leverden veel gegevens op over de bouw van het fort en het wel en wee van de soldaten. Zo werd duidelijk dat het fort een paar jaar erder is gebouwd dan altijd was aangenomen. Op grond van historische bronnen is er steeds van uit gegaan dat het jaar 47 het beginjaar is van de versterkte grens langs de rijn, de Limes, en dat dit ook wel voor Alphen aan den Rijn zou gelden. Bij de opgravingen is echter oorsprongelijk constuctiehout gevonden. Het zal niet lang daarna verwerkt zijn. In die tijd was het een geïsoleerde versterking; enkele jaren later werd Albaniana opgenomen in het nieuwe verdedigingssysteem.

Het fort was toen helemaal opgetrokken uit de materialen uit de omngeving: hout en aarde. Het is tussen de datum van oprichting en ongeveer het jaar 160 minstens viermaal herbouwd of ingrijpend verbouwd; de aarden wallen rond het fort zijn vervangen door muren van tufsteen. Ook deze stenen versie  is tweemaal herbouwd voordat het daadwerkelijke fort halverwegen de derde eeuw werd verlaten. Nadat de hele westelijke Rijngrens door het leger was opgegraven, raakten de forten in verval. Pas in de 20ste eeuw kwamen de resten er van weer aan het licht.